|
Een andere componist die later leefde en veel muziek voor dans maakte is Igor Stravinsky. Aan het begin van de twintigste eeuw ontmoette hij Sergei Diaghilev en Les Ballets Russes, wat het begin van een samenwerking tussen de groep en de componist betekende. Stravinsky maakte muziek voor het Russische sprookjesballet De Vuurvogel (1910) in de choreografie van Michel Fokine.
De andere twee bekende stukken van Stravinsky voor balletten bij Les Ballets Russes waren Petroesjka (1911), gechoreografeerd door Fokine en Le Sacre du Printemps (1913), choreografie Vaslav Nijinsky. Dit laatste muziekstuk geldt als een van de meest revolutionaire muziekstukken van de twintigste eeuw. Dit komt met name door de strakke ritmes in het stuk die belangrijker zijn dan de melodie.
Ook het ballet was nogal onconventioneel, stond ver af van alle tradities in de balletwereld, waardoor de opvoering van het ballet en de muziek als shockerend werd ervaren. Door een enkeling werd het muziekwerk meteen herkend als meesterwerk.
|
Vanaf die tijd zijn er talloze choreografen geweest die een danswerk op Le Sacre hebben gemaakt. Enkele voorbeelden: Maurice Béjart in 1959, Pina Bausch in 1975 en Martha Graham in 1984. In Nederland maakten Hans van Manen (1974), Ed Wubbe (1996), Truus Bronkhorst (2003), Piet Rogie (2004) en Bianca van Dillen (2006) een eigen versie van Le Sacre du Printemps. Stravinksy maakte niet alleen deze werken voor ballet ook maakte hij erg veel muziek voor de balletten van George Balanchine. Samen vormen zij een van de meeste bekende samenwerkingsduo’s (choreograaf-componist) in de dansgeschiedenis.
Enkele bekende werken van Balanchine op muziek van Stravinsky zijn: Apollo (1928), Jewels-Rubies (1967) en Pulcinella (1972).
|