|
Dans is een taal, een ongeschreven taal. Een taal die we niet op school leren maar ongemerkt toch kunnen lezen. Lichaamstaal is ons minder vreemd dan we denken: in het dagelijks leven communiceren we vaak via lichaamstaal, onderzoek toont aan dat zelfs 85 % van onze communicatie non-verbaal gebeurt. Toch reageren mensen vaak op dansvoorstellingen met ‘ik begrijp het niet’. Toeschouwers willen graag weten waar een voorstelling over gaat, ze denken dat ze per se een verhaal of een boodschap moeten zien, ze moeten wennen aan het feit dat beweging op een ander niveau communiceert dan taal, niet altijd via begrip (het hoofd) maar via zintuigen (zien, voelen en beleven).
Soms alleen esthetisch in vorm, ruimte en dynamiek, soms emotioneel via verhoudingen tussen dansers, via wisselingen in energie, via lichamelijk contact en niet in de laatste plaats, via muziek. Dans communiceert tussen de regels door en is daardoor in staat de dubbelzinnigheid van veel betekenissen open te houden. Dat betekent wel dat een toeschouwer die openheid moet durven toelaten en zich actief moet opstellen bij het kijken naar beweging: eigen associaties spelen een belangrijke rol in het lezen van betekenis in dans.
Grootmeester Hans van Manen zei het ooit heel simpel: ‘Kijk bij dans allereerst of er op spitzen wordt gedanst of niet en of ze van rechts op komen of van links. Dan zie je al heel veel.’ Waarmee hij wilde zeggen: dans toont zich in het kijken, dans onthult zich in beweging. Kijk naar wat je ziet, dan krijg je iets fantastisch. Natuurlijk ligt het in de praktijk genuanceerder. De taal van de dans bestaat uit veel en veel meer dan het schoeisel dat wordt gebruikt en de richting waarin wordt gedanst. Maar Van Manen bedoelde dat je in ieder geval moet beginnen met goed te kijken.
|
Het helpt wanneer we het medium dans ontrafelen zoals onze gewone communicatie wordt onderzocht. In onze dagelijkse communicatie kunnen we de volgende elementen onderscheiden: diegene die iets wilt zeggen/vertellen (de boodschapper) die door middel van taal en gebaren (het medium taal) een boodschap wenst over te dragen naar een ontvanger (de luisteraar).
Verteller ------> Boodschap in medium taal ------> luisteraar (boodschapper) (ontvanger)
Net als in onze dagelijkse communicatie via woorden en gebaren kunnen we in dans dezelfde elementen onderscheiden voor de danscommunicatie. Een vertaling van bovenstaand schema wordt: je hebt een choreograaf (de boodschapper) die door middel van het medium dans (zijn taal) zijn boodschap wenst over te dragen naar het publiek (de ontvanger).
Choreograaf ------> Boodschap in medium dans
------> publiek (boodschapper) (ontvanger)
De crux is nu: hoe werkt die overdracht, die vertaling van de boodschap in het medium dans? Een Engelse danswetenschapster, Valerie Preston-Dunlop heeft daarvan in haar boek Dansen nader bekeken een heldere analyse gemaakt. Daarvoor ontrafelt ze vier zogenaamde strengen in dans. Ze kijkt, zeg maar, met vier ogen naar dans, in plaats van met twee. Zie daarvoor het hoofdstuk over ‘Het vlechtwerk van het medium dans’.
|