|
Als we kijken naar hoe tekst en dans zich in vroegere tijden tot elkaar verhielden, ligt de term ‘verhalend ballet’, een ballet dat in een verhalende vorm is gegoten, voor de hand. Een voorganger van het verhalende ballet was het handelingsballet, dat in de 18e eeuw ontstond. Uit het hofballet en de ballet-opera verzelfstandigde het handelingballet. In deze vorm van ballet wordt de handeling in dans uitgedrukt. Voor die tijd was dat niet het geval: andere middelen werden ingezet om het verhaal te vertellen, zoals zang en toneelspel, en de dans was aanwezig als decoratie en speelde een ondergeschikte rol.
Later ontwikkelt dit handelingsballet zich tot het verhalende ballet. Beroemde werken als Het Zwanenmeer, Giselle en Romeo en Julia zijn gebaseerd op een verhaal; een sprookje of een theatertekst. Die narratieve structuur wordt vastgelegd in een libretto en dient als uitgangspunt voor de choreografie. Het moge duidelijk zijn dat er een relatie ontstond tussen dans en tekst, maar de dansers spraken niet in deze balletten. Pas jaren later in de jaren 70 van de 20e eeuw blijken dansers te kunnen praten! In het danstheater van choreografe Pina Bausch worden in de voorstellingen teksten uitgesproken of gezongen door de dansers. De traditioneel van elkaar gescheiden genres dans, toneel en muziektheater worden door de Duitse dansmaakster bij elkaar gebracht.
|
Hiermee wordt de definitie van dans opgerekt: Dans is niet alleen maar choreografeerde beweging, maar veel breder dan dat. Dansers laten met behulp van spel, tekst, zang en beweging echte situaties zien, waarbij een authentieke ervaring gecreëerd wordt. Er worden dus geen theatrale illusies (een fantasiewereld) voorgehouden aan het publiek, maar er ontstaan echte herkenbare situaties, die uit het leven gegrepen lijken te zijn. Pina Bausch heeft de weg vrij gemaakt om dans en theater te mengen tot een meer theatrale vorm van dans waarin dansers de vrijheid hebben te spreken en te zingen.
De in Nederlandse gesitueerde groep Hans Hof Ensemble, nu Bollwerk, maakte danstheater waarin deze principes toegepast werden. Ook choreografen werkzaam buiten Nederland zoeken een meer theatrale benadering van dans op en gebruiken tekst in hun werk, bijvoorbeeld Sasha Waltz (Duitsland) of Meg Stuart (Belgie).
|