|
Kostuums zijn door de eeuwen heen aan nogal wat verandering onderhevig geweest in de dans. Vaak hoort bij iedere stroming of genre in dans een kenmerkend kostuum. Net als met alle middelen die bij dans ingezet worden zie je dat vandaag de dag overal in gedanst kan worden. Van mannen in tutu’s tot naakte danseressen, en alles wat daartussen zit! Als je denkt aan kenmerkende danskostuums kom je al snel uit bij de tutu en spitzen. Dit kostuum is bedoeld om het gevoel uit te dragen van balletdanseressen als lichte wezens, die haast lijken te zweven over het podium. Met name vanaf de Romantiek werd in deze kostuums gedanst en nog steeds zie je deze kleding in het ballet.
Pas aan het begin van de twintigste eeuw, met de komst van de moderne dans, bevrijdt de danseres zich uit dit keurslijf. Het korset, dat toen nog gedragen werd, werd afgeworpen. De voeten werden uit de beknellende spitzen bevrijd en de haren gingen los. In deze stroming werd gedanst op blote voeten, om contact te maken met de aarde, in plaats van ‘op te stijgen’. Tuniekjes of wapperende doeken werden gedragen om een vloeiende dans te laten zien die uitdrukking gaf aan de innerlijke belevingswereld. Je kunt je voorstellen dat niet alleen de dansbewegingen, maar ook het veranderde uiterlijk van de danseres revolutionair was. In diezelfde tijd werd ook Het triadische ballet (1922) gemaakt door Oskar Schlemmer, die oorspronkelijk beeldend kunstenaar was en verbonden was aan Bauhaus (een kunstvakopleiding waarin gestreefd werd naar eenvoud, zuiverheid en functionaliteit in het ontwerp). In Het triadische ballet draaide het om de geometrische vormen van het lichaam en kleding.
|
De danser werd gemaakt tot een bewegende machine, met behulp van het
kostuum. Dansers droegen ook een masker om alle individualiteit te
verstoppen. Dit ballet en andere Bauhaus-dansen van Schlemmer laten
eenvoudige passen en patronen in de ruimte zien, gebaseerd op meet- en
wiskundige principes.
Later, toen de postmoderne dans zijn intrede deed droeg men weer andere kostuums. Bijvoorbeeld nauwgesloten elastische danspakken, die unisex waren. Door die strakke kostuums was iedere beweging precies te zien. En dat was nu juist de bedoeling in bijvoorbeeld het werk van Merce Cunningham. Zijn dans ging over de beweging en niets anders dan dat. Het is dus logisch dat er gekozen werd voor kleding waarin die bewegingen optimaal uitkwamen. Tegelijkertijd ging men ook gewone, alledaagse kleding dragen. Bijvoorbeeld bij voorstellingen van Judson Dance Theatre, dat veel improviseerde, alledaagse bewegingen zoals lopen en rennen liet zien en vooral niet-dramatische voorstellingen wilde maken. In veel voorstellingen zag je de dansers in een T-shirt, gympjes, een spijkerbroek.
Tegenwoordig zie je alle kostuums die boven genoemd worden. Ook houden bekende ontwerpers zich soms bezig met de aankleding van de dansers. Een ontwerper die vaak bijzondere en hedendaagse kostuums maakt voor choreografen als Leine & Roebana en Krisztina de Chatel is AZIZ. AZIZ is een kunstenaar die beeldende kunst maakt, performances geeft en dus ook kostuums voor theater maakt.
|