De pioniers
Wie denkt dat als in september 1990 Raz, dansvoorziening van het zuiden van start gaat het dansklimaat in Brabant echt van de grond komt, heeft het mis. Al in de jaren tachtig zijn Tilburg, Breda en Den Bosch centra waar moderne dans gedijt en uitgroeit tot het niveau van nú. In Tilburg tekenen daarvoor het Danserscollectief en het Danshuis, in Breda Zuil van Volta en De Nieuwe Danserije en in Den Bosch Villa Danthe. Zij zijn de pioniers van de Brabantse dans. Hoe bevlogen zijn ze in 1980, de vier mensen die het Danserscollectief van de grond helpen. Lilian Bruinsma, Elsa van der Heijden, Ricardo Anemaet en Jack Timmermans starten in Tilburg als experimentele arbeidsvoorziening voor de jeugd. Naast het geld van het ministerie van Sociale Zaken krijgt het collectief ook exploitatiesubsidies en omdat er nauwelijks andere groepen zijn die om geld vragen, kan het Danserscollectief naar hartelust experimenteren. Maar dan komt de geldkwestie. Aflopende subsidies maken dat het al volop afgebrokkelde collectief – in 1990 is alleen Lilian Bruinsma nog over – er definitief het bijltje bij neergooit als het door de overheid in het leven geroepen Raz alle geld wegslurpt.
|
Nora van den Eeckhout
Geld sloopt ook het Danshuis. In 1982 is de Tilburgse Nora van den Eeckhout de initiatiefneemster. Haar drijfveer is om een brug te slaan tussen de professionele dansvakopleiding aan het Brabants Conservatorium en de amateuropleidingen aan de Tilburgse Dans- en Muziekschool. Nora van den Eeckhout werkt in alle bescheidenheid in haar studio aan de Telexstraat en richt zich gaandeweg steeds meer op kinderen. Talloze kleintjes – al vanaf de leeftijd van drie jaar zijn ze welkom – doen in het Danshuis hun eerste ervaring op. Nora van den Eeckhout moet het altijd doen zonder subsidie. Met de komst van Raz in 1990 wordt ook haar hoop voor een danswerkplaats de bodem ingeslagen en stopt het Danshuis. Even nog werkt ze met haar gezelschap Hotel i.o.
Zuil van Volta in Breda komt voort uit De Nieuwe Danserije, een groep rond Margriet Franken. Danseres Tamara Huilmand danst hier, als in 1985 De Nieuwe Danserije in twee delen uiteenvalt: de educatieve poot van Margriet Franken en de productiepoot van Tamara Huilmand. In 1989 maakt de laatste zich los van De Nieuwe Danserije en gaat verder met Zuil van Volta. De Nieuwe Danserije heet vanaf dat moment Bredaas Danstheater. Zuil van Volta én Bredaas Danstheater sneuvelen in 1990 met de komst van Raz.
Ilona Janssen, Margit Beckx en Leonne Vilé beginnen in 1984 in Den Bosch met Villa Danthe. Het gezelschap brengt vijf producties uit en besluit in 1989, met de komst van Raz in zicht, geen subsidie meer aan te vragen. Leonne Vilé gaat nog een tijdje door met haar Theaterburo Movilé.
|
Makers
Opvallend is dat alle voornoemde namen ook en vooral makers zijn, wat zorgt voor volop doorstroommogelijkheden van onderop. Lilian Bruinsma verwerft faam met onder meer het schitterende ‘De ultieme gevoelens van Lucas Cranach de Oude’, Nora van den Eeckhout met ‘Alleen’ en ‘Achtervolging’, Tamara Huilmand met ‘Ze zeggen dat…’ en Ilona Janssen met ‘Ik Majakowski’.
Het klimaat in de jaren tachtig is gunstig door de aanwezigheid van theater ’t Heks in Tilburg (voorloper van Theater De NWE Vorst) dat volop dans programmeert. Ook de komst van het Bredaas Dansfestival in 1981 maakt dat dans jarenlang vrijwel drempelloos te zien is. En natuurlijk is ook de aanwezigheid van Dansacademie Brabant in Tilburg (nu Fontys Dansacademie) stimulerend voor danskennismaking én dansuitvoeringen. Het Landelijk Centrum voor Amateurdans regio Noord-Brabant – in 1980 voortgekomen uit de volksdans - stimuleert de amateurdans in de provincie; de Vereniging Dansdocentenoverleg Noord-Brabant, opgericht in 1981 ondersteunt en activeert het dansonderricht. En dan is er nog het unieke project D3, een educatieve dansgroep die in 1982 in Eindhoven wordt opgericht door vijf dansdocenten. D3 wordt gefinancierd door scholen en draagt volop bij aan kunstzinnige vorming.
|